Ga naar de inhoud

Beat! (King Crimson), Tilburg 2026

Concert Beat! (King Crimson), 013 Tilburg, 24 juni 2026

Muzikaal gezien was ik een laatbloeier. Bij ons thuis was muziek geen thema, maar toen ik het eenmaal ontdekte, ging de rem er ook wel af. Categorieloos slurpte ik alles op, maar raakte als snel verslingerd aan elektronische muziek en symfonische rock. Tot ik een (nog steeds) goede vriend rond mijn 20e ontmoette, die zei: Onder welke steen heb jij gelegen, er is punk en new-wave, weg met die oude meuk! Van daaruit bleken de categorieën alleen maar ruimer te worden. Maar toen King Crimson in 1981 Discipline uitbracht, bleken die oude en die nieuwe wereld weer bij elkaar te kunnen komen. De koningen van de symfo, die met new-wave injecties een fantastisch album uitbrachten, ik smulde er van, en ook van opvolgers Beat (1982) en Three of a perfect pair (1984).
Robert Fripp was de centrale man van King Crimson, maar in die tijd waren bassist Tony Levin (ook bekend van Peter Gabriel) en gitarist/zanger Adrian Belew (ook bekend van Frank Zappa en Talking Heads) ook erg bepalend voor het geluid. Die twee kregen het weer op hun heupen en kregen van Robert Fripp zijn zegen om de drie jaren ’80 albums live te gaan spelen, onder de naam Beat. En met niet de minste toevoegingen: Gitarist Steve Vai (o.a. Zappa) en drummer Danny Carey (Tool). Een echte supergroep dus.
Opvallend veel Tool shirtjes in het publiek overigens, bij het voor 95% uit mannen bestaande publiek. Die waarschijnlijk allemaal wel éven moesten schakelen toen de band opende met Neurotica, wat begint met een kakafonie van lawaai, sirenes, gitaargeweld, fluitjes, geflambeerd in experimentele jazz. Wel met (ver weggestopt) de kenmerkende groove die veel nummers van de albums uit dat decennium toch hebben. Al was die in de eerste set regelmatig wat verder weg, de heren kozen voor nummers die deels nog nooit live waren gespeeld en dat waren in het begin soms wel de “moeilijkere”. De pauze was nodig, de muziek is intens, maar de leeftijd van de leden is ondertussen ook hoog, 65, 66, 76 en 80! Dat resulteerde overigens allerminst in gezapigheid, integendeel, er werd met een enorme passie gespeeld, het vuur spatte er van af, net als de lol in het spelen en de milde humor van Belew. Nergens in de set zat een inzakker, het was meer dan 2 uur topmuzikaal genot. Bassist Levin bespeelde meestal de Chapman stick, wat op zichzelf al een feest is om te zien, het ziet heel fysiek uit en het is zoveel meer dan alleen bas. Van het extreem creatieve gitaargeluid van Belew en zijn kenmerkende stem wist je al een beetje wat je kon verwachten, en hij maakte dat ook volledig waar, al vanaf de eerste nerveuze praatzang in Neurotica. Steve Vai voegde echt iets heel nieuws toe aan deze show met zijn enerzijds extreem virtuoze, anderzijds vaak zeer melodieuze en “zwevende” partijen. Ik hou wel van een beetje showgitaristen en hij heeft in zijn hele houding, inclusief kledij, sowieso wel iets showerigs. Wat grappig genoeg een groot contrast is met Robert Fripp, wiens plaats hij nu eigenlijk inneemt. Tenslotte was er nog mijn idool Dany Carey, wiens drumpartijen in Tool mijn hartslag altijd met minstens 30 weten te verhogen. Maar ja, Bill Bruford is eigenlijk ook een idool en ik moet eerlijk bekennen dat ik diens magie in de nummers wel een beetje mistte. Carey is uiteraard een topdrummer, dus het was zonder meer erg goed, maar die toverkracht die ik wel bij Tool concerten voel, had ik drumtechnisch gesproken deze keer iets minder.
Niet zeiken Timmers, het was toch wel een topconcert? Jazeker, dat was het! Ik kan niet anders constateren. Zoals René en ik het eens waren bij het verlaten van de zaal: Er is niet veel muziek die zowel zo extreem technisch van aard is als zo creatief en opwindend. Herman en zijn gelijkgenaamde concertmaatje René stonden op een heel andere plaats, maar van hen hoorde ik ook erg positieve geluiden. En naast veel wat complexere, “moeilijkere” nummers, kwamen alle toppers ook wel langs, Man with an open hart, Sleepless, Three of a perfect pair, Heartbeat, en vrijwel het hele album Discipline (behalve Discipline zelf). Met in de toegift nog een kleine ode aan het oude King Crimson in de vorm van het heerlijk stuwende Red.
De beste samenvatting van het concert komt van Adrian Belew zelf, de luidkeels uitgeroepen zin aan het eind van mijn persoonlijke favoriet Indiscipline:


I like it!!!